Operatief proces
Het operatieve proces is een belangrijk en complex proces. In de periode van mei 2005 tot en met voorjaar 2009 onderzoekt de inspectie (IGZ)de kwaliteit van het operatieve proces in drie afzonderlijke trajecten:
  1. preoperatieve traject - van (huis)arts tot operatiekamer. Het IGZ-rapport over het preoperatieve traject - pdf (483.54 kB);
  2. peroperatieve trajcet - het OK-traject en vooral de basisactiviteiten behorend bij veelvoorkomende, weinig complexe ingrepen: liesbreuk-, galblaas- en mammaoperaties;
  3. postoperatieve traject - vanaf het verlaten van de operatiekamer tot aan het ontslag naar huis: met name de verkoeverafdeling en de chirurgische verpleegafdeling (Heelkunde).

Klik op onderstaande knoppen voor meer informatie over het pre-, per- en postoperatief proces.

Uitgebreide weergave van documenten.

Bevindingen en adviezen van het IGZ-rapport over het preoperatieve traject

De IGZ heeft in het onderzoek vooral gekeken naar communicatie en overdracht van gegevens. Deze gegevens zijn immers noodzakelijk voor het verlenen van verantwoorde en veilige zorg.
De inspectie constateert ernstige tekortkomingen in het preoperatieve traject en komt tot de volgende bevindingen en adviezen:

  • Bevinding IGZ: standaardisatie van de informatievoorziening, van de overdracht en de verslaglegging ontbreekt geheel. Het veld is zich bewust van de tekortkomingen maar nergens is een afdoende aanpassing gerealiseerd.
    Advies IGZ: de ziekenhuizen nemen het initiatief om samen met de beroepsgroepen het operatieve proces te standaardiseren. Implementatie zou moeten plaatsvinden binnen twee jaar.
  • Bevinding IGZ: de dossiervoering en verslaglegging is zeer divers en vindt onvolledig plaats.
    Advies IGZ: de ziekenhuizen nemen het initiatief om samen met de beroepsgroepen te komen tot een landelijke format voor een dossier, dat binnen het preoperatieve traject de informatievastlegging en -uitwisseling bepaalt. Dit moet uiterlijk in 2008 ingevoerd zijn.
  • Bevinding IGZ: de hoofdbehandelaar heeft in het preoperatieve traject onvoldoende overzicht en ontbeert te vaak de regie. Er dient één en dezelfde behandelaar ("regiedokter") tijdens het preoperatieve traject eenduidig en onmiskenbaar voor of namens de patiënt het aanspreekpunt te zijn.
    Advies IGZ: de beroepsverenigingen en ziekenhuizen moeten landelijk de taken en verantwoordelijkheden en de regie- en aanspreekfunctie bij het (pre) operatieve proces definiëren en de relatie tot de functie hoofdbehandelaar vaststellen. De ziekenhuizen implementeren dit binnen een jaar.
  • Bevinding IGZ: de samenwerking in het preoperatieve traject van het operatieve proces is onvoldoende effectief, teamvorming voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid is vrijwel niet aanwezig.
    Advies IGZ: de ziekenhuizen moeten de het preoperatieve traject zodanig organiseren dat functies en verantwoordelijkheden van alle deelnemende zorgverleners in een samenwerkingsverband duidelijk zijn beschreven, vastgelegd en geïmplementeerd en procedurele afstemming binnen een samenwerkingsverband wordt geboden. In 2007 dient dit gerealiseerd te zijn.

Het onderzoek werd verricht van november 2004 tot september 2006.

Bron: IGZ

Uitgebreide weergave van documenten.

Peroperatief proces: veel OK-teams nonchalant met overdracht en infectiepreventie

Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn veel OK-teams nonchalant met overdracht en infectiepreventie. De communicatie over de patiënt en de overdracht rond de operatie is onvoldoende gestructureerd. Hierdoor is vaak niet genoeg afstemming tussen het medisch personeel en ontstaat onnodig risico voor de patiënt. Het gedrag rond infectiepreventie en luchtbeheersing op de OK laat veel te wensen over. Ook het gebruik van medische materialen, geneesmiddelen en apparatuur moet veiliger. Onduidelijk is wie eindverantwoordelijk is voor de zorg aan de patiënt op de operatietafel. Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in het rapport Standaardisatie onmisbaar voor risicovermindering in operatief proces - pdf (437.72 kB). Bij dit rapport hoort de Bijlage Toezichtinstrumenten TOP 2_peroperatief traject - pdf (382.16 kB).

Gerrit van der Wal, Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg: "De inspectie en de ziekenhuizen zijn steeds actiever de kwaliteit en veiligheid van de zorg gaan meten en daarmee zichtbaar maken. Dat levert vele aanknopingspunten voor verbetering op, maar kan ook onbedoeld en onterecht tot het beeld leiden dat de zorg in Nederland slechter is geworden. Integendeel. Ziekenhuizen in Nederland voeren de operatieve zorg veelal op aanvaardbaar niveau uit. De inspectie ziet echter ook tekortkomingen, die om verbetering vragen."

Uit het inspectieonderzoek blijkt dat ziekenhuizen te weinig gebruik maken van goede checklists en stopmomenten ("time out"), zie hiervoor bijvoorbeeld ook het dossier 'Surpass', om te controleren of alles op orde is. De teams communiceren te passief en gaan vaak uit van 'geen bericht is goed bericht'. Veelal is op de werkvloer wel een samenzijn, maar geen samenhang tussen de disciplines anesthesiologie en chirurgie.

De inspectie constateert verder dat het gedrag rond infectiepreventie onprofessioneel is. Het ontbreekt op de OK aan discipline op bijvoorbeeld het gebied van handen wassen en kledingvoorschriften. Verder is de luchtbeheersing onvoldoende geregeld. Zo blijkt het aantal deurbewegingen tijdens operaties in veel ziekenhuizen onnodig groot, met verstoring van de steriele luchtstroom als gevolg. Slechts enkele ziekenhuizen volgen het landelijke beheersplan om de kwaliteit van de OK-lucht te bewaken. Ook het gebruik van medische materialen en apparatuur moet veiliger. Zo is bijvoorbeeld de uiterste gebruiksdatum van apparatuur vaak onbekend en vertrouwen de medici blind op de instrumentele dienst.

Gerrit van der Wal, Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg, noemt de tekortkomingen ernstig: "In ziekenhuizen moet men - zéker op de operatieafdeling - gestructureerd en gecontroleerd werken. De afloop van de operatie mag niet vooral afhankelijk zijn van goede bedoelingen en persoonlijke inzet. Dat betekent overigens niet dat mensen nu niet met goed gevolg geopereerd worden in ziekenhuizen; dat is gelukkig juist meestal wel het geval. De maatregelen die wij willen zijn te vergelijken met veiligheidsgordels. Ook zonder gebruik van autogordels komen heel veel mensen veilig op hun plaats van bestemming. Maar door gebruik van de gordel wordt - als er toch iets mis gaat – de kans op schade wel duidelijk verminderd. Standaardisatie is noodzakelijk om de risico’s voor patiënten te verminderen. Maar het gaat niet alleen om protocollen, werkafspraken en regels. Het belangrijkst is gedrag en motivatie van het personeel om zo veilig mogelijk te werken."

De inspectie wil dat de ziekenhuizen maatregelen nemen om de risico's op patiëntenschade te verminderen. Zo moet vanaf nu iedereen op elke operatieafdeling de richtlijnen voor infectiepreventie strikt naleven. Verder moeten alle niet-bezochte ziekenhuizen voor 1 januari 2009 hun eigen situatie vergelijken met de bevindingen in dit rapport en een plan van aanpak maken om de nodige verbeteringen te realiseren. Elk ziekenhuis moet gaan werken met protocollen voor overdracht en controle op kritische overgangs- of startmomenten in het operatief proces. Ook moeten OK-teams werken met vaste afspraken voor bijvoorbeeld medicatiecontroles (dubbelcheck), het tellen van gebruikte materialen, verslaglegging en afgestemde nazorg.

Aansluitend bij de actie van de WHO met haar 'Safe Surgery Saves Lives Challenge' moet er een landelijke richtlijn komen met daarin een eenduidige beschrijving van een operatie checklijst, stopmomenten en de verslaglegging van het verloop van de operatie inclusief anesthesie, zie hiervoor bijvoorbeeld ook het dossier 'Surpass'. Deze kan prima aansluiten bij de nu bijna voltooide landelijke preoperatieve richtlijn. De inspectie zal vanaf 2009 vervolgonderzoek doen en zo nodig handhaven.

 

Dit onderzoek is deel twee van een drieluik over het operatieve proces, dat bestaat uit drie trajecten: vóór, tijdens en na de operatie. Dit rapport gaat over het peroperatieve traject, dat loopt van de binnenkomst van de patiënt op de operatieafdeling tot en met het verlaten van de operatiekamer.

De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op gegevens uit een enquête onder alle 94 ziekenhuizen, onaangekondigde observaties van operaties en geplande inspectiebezoeken in 22 aselect gekozen ziekenhuizen. De inspectie keek bij het onderzoek of de ziekenhuizen voldoen aan de voorwaarden om verantwoorde zorg te leveren, zodat de kans op een goede afloop van de operatie voor de patiënt zo groot mogelijk is. Het onderzoek ging niet over het medisch-technisch handelen of de gezondheidsuitkomsten voor de patiënt.

 

In 2007 publiceerde de IGZ het rapport over het proces voorafgaand aan de operatie: Het IGZ-rapport over het preoperatieve traject - pdf (483.54 kB). De IGZ concludeerde toen een gebrekkige communicatie tussen zorgverleners, onvolledige dossiervoering en onduidelijkheid over wie nu de eindverantwoordelijkheid draagt.
In 2009 verschijnt het derde deelonderzoek over de periode na de operatie.

 

Bron: IGZ.

Uitgebreide weergave van documenten.

De volgende activiteiten vallen onder het postoperatief traject van het IGZ:

  • enquête onder alle Nederlandse ziekenhuizen (korte, digitale enquête, per email);
  • in 20 willekeurig gekozen ziekenhuizen,onaangekondigde observatie op verkoeverafdeling en op verpleegafdeling bij patiënten die een operatie hebben ondergaan;
  • inspectiebezoek voor gesprekken met vertegenwoordigers van betrokken groeperingen aan diezelfde 20 ziekenhuizen.
Ook dit traject wordt afgesloten met een rapportage.

 

Uitgebreide weergave van documenten.